Tweetaligheid zou nu weer gunstig zijn

TweetaligheidDe bevindingen zijn duidelijk zeggen ze bij de Rijksuniversiteit van Gent: tweetaligheid brengt verschillende cognitieve voordelen met zich mee. In een langlopend onderzoek werden de intellectuele vaardigheden van eentalige kleuters vergeleken met die van kleuters in tweetalig immersieonderwijs. Er zijn ook studies die beweren dat tweetaligheid weinig tot geen positieve effecten heeft. Het lijkt welles tegen nietes. 

De kleuters die immersieonderwijs volgden bleken na een jaar hoger te scoren op een intelligentietest dan kleuters die eentalig onderwijs genoten, zelfs al scoorden beide groepen kleuters voor aanvang van dat jaar op dezelfde test even hoog. Eerder zou  uit promotieonderzoek duidelijk zijn geworden dat tweetaligheid de negatieve cognitieve symptomen van Alzheimer met vier tot vijf jaar kan uitstellen.
Het is al lange tijd een discussie of tweetaligheid bevorderlijk is voor de hersenfuncties. Er zijn onderzoekers die positieve effecten hebben gevonden, maar ook die dat absoluut niet konden vinden. Het lijkt er zelfs op dat onderzoekers die weinig of niets vonden die resultaten van die onderzoeken maar niet publiceren.
In een laatste studie ging de onderzoekster ook na hoe tweetaligen in elke situatie steeds de juiste taal kunnen selecteren. Zij vond dat het gezicht van de gesprekspartner hierin een cruciale rol speelt. Indien een bekend gezicht steeds één bepaalde taal spreekt indien men het ziet, wordt  bij het zien van dat gezicht automatisch die taal geactiveerd. Als een gezicht twee talen gaat gebruiken, zoals het geval is bij tweetalige sprekers, worden bij de luisteraar beide talen actief bij het zien van dat gezicht. Op basis van al deze resultaten is het algemene besluit van het proefschrift dan ook dat tweetaligheid de hersenen traint. Dit leidt tot cognitieve voordelen bij kinderen, normale volwassen en patiënten met een neurologische aandoening zoals Alzheimer.
Wellicht zouden de onderzoekers eens kunnen overwegen om een onderzoek op te zetten naar het aanleren van vaardigheden. Zou het, bijvoorbeeld, niet zo kunnen zijn dat kinderen die én natuurkundelessen én scheikunde lessen krijgen in iq-tests beter afsteken tegen leerlingen die slechts een van beide volgen? Ik zeg maar wat. Wat ik zeker weet is dat dit onderzoek geen einde aan de discussie zal maken.

Bron: Alpha Galileo

Een gedachte over “Tweetaligheid zou nu weer gunstig zijn

  1. Ik heb nooit taalonderdompeling onderwijs mogen genieten of – anders bekeken – ik ben er altijd van gespaard gebleven maar mijn IQ – wat dat ook moge wezen – heeft daar zeker niet onder geleden. Of mijn IQ hoger zou hebben komen te liggen indien ik wel ondergedompeld ware geweest, kan ik natuurlijk niet zeggen maar ik heb sterke vermoedens van niet. Ik ben ongevraagd wel gedoopt en dus ondergedompeld geworden in de Schoot en in de Vont van de Katholieke Kerk maar bijkomend IQ heeft me dat niet opgeleverd. Ik was seksueel wel vroeg bij de pinken en misschien, wie weet, is dat een bijkomend stukje door ‘onderdompeling’ verworven IQ? In elk geval moet men voor deze intelligente vorm van ‘bij-de-pinken-zijn’ niet twee- of meertalig zijn, één taal volstaat en zonder gaat ook, beter zelfs. Onderdompeling onderwijs kan dus ook niet worden beschouwd als een unieke uitvinding van het hedendaagse kruim van ‘taalwetenschappers’. Van waar trouwens die naar Newton & Mendeljev riekende term ‘immersie onderwijs’? Omdat ik ook jarenlang ondergedompeld ben geweest in de taal van de oude Romeinse keizers en de Roomse Papen weet ik dat ‘immersie’ niets anders is dan een zeer geleerd klinkend ander woord voor het wat ‘dommer’ogende ‘onderDOMpeling’. Het zal toch niet zijn…dat…omdat…??
    Is het bovendien ook niet zo dat de meesten uit het huidige elitecorps van ‘taalgeleerden’ nooit in onderdompeling onderwijs ondergedompeld zijn geweest? Zijn ze daarom cognitief minder vermogend, lijden ze vroeger aan Alzheimer? Opeenvolgende generaties van niet ondergedompelden hebben uitmuntende geleerden, uitvinders, ingenieurs, fantastische kunstenaars, topschakers, genieën en pausen gebaard. Zouden de komende generaties van wél ondergedompelden het dan zoveel beter gaan doen? Zullen alle aankomende wél ondergedompelden dan minstens 2 en velen ook 3, 4, 5, 6….talen ‘beheersen’, daar waar de overgrote meerderheid uit de huidige generaties van niet ondergedompelden er slechts 1 (waaronder bijna alle Engelsen, Amerikanen en Ieren), sommigen 2 en slechts enkelen 3 tot maximum 4 talen ‘beheersen’?

    Maar de hamvraag is: waar wil men eigenlijk naar toe met al dat zogezegd ‘meertalig’ onderdompeling onderwijs, wetende dat als iedereen op deze bedreigde aardkloot Engels zou verstaan en spreken, er niemand nog – en alvast de Groot-Britten en de Amerikanen niet – zijn ééntalig Engels geprogrammeerd elektronisch aai-apparaatje opzij zal leggen om tijd te maken voor een vrijwillige zelf-onderdompeling in nutteloos geworden ‘antieke’ of ‘dode’ talen, zoals het Frans, het Duits, het Spaans, het Portugees, het Italiaans, Russisch, Chinees….. en al zeker niet om tijd vrij te maken voor een onderdompeling in het nu al op apegapen liggende Nederlands.
    De vraag of ‘tweetaligheid’ nu wel dan niet een (beetje) ‘verstandelijk’ voordeel (op welk vlak en hoeveel precies?) oplevert is m.i. niet ter zake doende omdat – als dat al zo zou zijn – de concrete realisatie ervan voor elkeen in de samenleving gewoon onmogelijk is en er dus meteen een zeer ernstig probleem van ongelijke kansen en een nog ernstiger probleem van sociale uitsplitsing en klassen discriminatie – noem het maar meteen ‘apartheid’ (je weet wel,…) – zou opdoemen. Immers, wat verstaat men precies onder de vlot over de ‘wetenschappelijke’ en politieke tongen gaande term ‘tweetaligheid’? Wat houdt dat in ‘tweetaligheid’?. In strikte zin betekent ‘tweetaligheid’ dat een individu niet één maar twee ‘moedertalen’ zou hebben die bovendien volkomen gelijkwaardig (in kwantiteit en kwaliteit) verworven zouden moeten zijn. Dan rijst meteen de torenhoge vraag of dit 1) op zich mogelijk is en 2) zinvol en nuttig is in het kader van het sociologische begrip ‘gemeenschap’ (en afgeleiden zoals ‘volk’/ ‘stam’/ ‘land’/’Staat’/ ‘rijk’, ‘regio’ enz.). Het ziet er dus naar uit dat met de vlot over de ‘wetenschappelijke’ en politieke tongen gaande term ‘tweetaligheid’ iets helemaal anders bedoeld en beoogd wordt, nl. het verwerven van een praktische kennis van één of meer vreemde talen als een economisch, wetenschappelijk of cultureel communicatief hulpinstrument, naast en volkomen losstaand van het verwerven en het gebruik van de ‘moedertaal’ (=gemeenschapstaal). Dit betekent dat de ‘moedertaal’ niet mag worden meegerekend in de ‘twee’ van de aldus bedoelde ‘tweetaligheid’ en dat het doel en het effect zich dus beperkt tot het praktische beheersen van 1 vreemde taal. Wat zich onder de geleerd klinkende naam ‘immersie onderwijs’ thans afspeelt in het het Verlichte Koninkrijk der Nederlanden (de Caraïbische Benedenwindse Eilandjes inbegrepen) en zachtjes overwaait naar Vlaanderen is dus (hopelijk) bedoeld als een soort ‘nieuwe’ methode voor het verwerven van een praktische kennis van één (of meer?) vreemde talen? En over die ‘nieuwe’ methode gaat het, daarover moet in de eerste plaats de discussie gevoerd worden, over de gronden waarop die methode berust, over de efficiëntie ervan en over de positieve dan wel negatieve gevolgen ervan op het individu en de gemeenschap, inzonderheid wat betreft de invloed op het verwerven, de kwaliteit en de communicatieve functionaliteit van de ‘moedertaal’. Die gevolgen kunnen dus velerlei zijn, te veel om hier aan bod te laten komen. Bovendien leef ik – als Belg – in een officieel ‘drie talig’ land waarin geen enkele, geen éne ‘drietalige’ Belg rondloopt en zelfs geen ‘tweetalige’. Integendeel, de feiten wijzen uit dat het ‘drie talige’ België zich met de tijd heeft uitgesplitst in drie ‘gemeenschappen’, elk met hun ‘taal’. Hetzelfde scenario heeft zich voltrokken in Canada (Québec), duikt thans op in Spanje en zal straks ook opduiken in Zuid-Afrika (met een explosief mengpotje van – officieel – maar liefst 11 talen). ‘Tweetaligheid’, de ons toelachende toekomst (van het Verlichte Koninkrijk der Nederlanden)?? Om al deze en andere redenen ben ik van plan om een eigen ‘taal’ blog te starten waarop onder meer het fenomeen ‘twee/meertaligheid’ uitgebreider kan worden belicht en doorgelicht. Via het plaatsen van webschakels naar ‘REACTOR’ en omgekeerd kan ik dan ook gemakkelijker, veel uitgebreider en dieper inpikken op de thema’s en de informatie die op ‘REACTOR’ worden gepubliceerd. Alvast toch dit nog: de hierboven genoemde ‘nieuwe’ methode werd – hoe zou het nog anders kunnen – vooral door ‘taalwetenschappers’ van het Verlichte Koninkrijk der Nederlanden omhelsd en uitgebouwd en – uiteraard in het Engels, of wat had je gedacht – Content and Language Integrated Learning – gedoopt, afgekort CLIL. ‘CLIL tops the bill’?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.