Waarom zou je nog Nederlands leren?

Terwijl er in Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden (en laaggecijferden) zijn, mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen, de basisvaardigheden die je op de basisschool leert, denkt de Nederlandse politiek een probleem op te lossen door het basisonderwijs tweetalig te maken. De Lofprijs in 2013 ging naar b&w in Amsterdam, die weigerden de Amsterdamse basisscholen te vertweetaligen. Het wegwerken van de taalachterstand van veel basisschoolleerlingen was wel een groot probleem. Overigens ging de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan het vorig jaar ernstig in de fout door de studenten die het Amsterdamse Maagdenhuis hadden bezet in het Engels toe te spreken. Er zouden bij de bezetters ook enkele studenten bij gezeten hebben die de Nederlandse taal niet machtig zouden zijn geweest, verweerde de schuinsmarcherende burgemeester zich.

Uitreiking Lofprijs der Nederlandse taal aan Filip DeVos (r)
Uitreiking Lofprijs der Nederlandse taal aan Filip DeVos (r). Links sN-voorzitter Jan Roukens, midden Eric Coolen (mede)maker va de prijs.

De stichting Nederlands maakt zich druk om het Nederlands. In Nederland zijn nog al wat mensen bezig de positie van het Nederlands te ondergraven. Het universitair onderwijs is er al grotendeels verengelst. Studenten zijn verplicht scripties in het Engels te schrijven. Een hoogleraar in Nijmegen noemde een scriptie in het Nederlands niet wetenschappelijk. Dat die man niet onmiddellijk op staande voet is ontslagen wegens verregaande incompetentie is me al een raadsel, maar het was nog schrijpender. De onnozele ‘professor’ kreeg gelijk van een beroepscommssie waar de studente bezwaar had aangetekend. En toch staat er in de Nederlandse wet dat Nederlands de voertaal is in het hoger en wetenschappelijk onderwijs. De stichting heeft al vaker opeenvolgende bewindslieden op onderwijs op die taalclausule gewezen, maar de onnozelaars van dat ministerie die dergelijke schrijvens namens de bewindslieden beantwoordden, wezen er steeds op dat de wet mogelijkheden tot uitzondering bood. In Nederland is de uitzondering de regel geworden.

De jongste heldendaad van de Nederlandse politiek is, zoals reeds verklapt, de wetswijziging die het mogelijk maakt om op de basisschool les te geven in het Engels. Die wetswijziging werd in de Tweede Kamer met geestdrift aangenomen. In de Eerste Kamer vroeg een senator van de Socialistische Partij aan staatssecretaris Sandertje Dekker (een ‘veelbelovende’ liberaal) wel probleem hij met die vertweetaliging denkt op te lossen. Een fatsoenlijk antwoord heeft ze daarop niet gekregen. Engels is belangrijk, is de mantra waarmee de voorstanders van verengelsing van het Nederlandse onderwijs steeds weer komen. Veel Nederlanders zullen er in hun beroepsleven mee te maken krijgen en die taal is wezenijk voor mensen die een ‘internationale’ baan ambiëren. Als je die voorstanders dan vraagt of er aanwijzingen zijn dat er mensen banen mislopen doordat hun Engels zo slecht is, krijg je geen antwoord. De Sofprijswinnaars van vorig jaar, twee Amsterdamse politici, die pleitten voor het vertweetaligen van het Amsterdamse basisonderwijs (we hebben een grote achterstand op Rotterdam!) zijn nu verwoed bezig hun ideaal in de Nederlandse hoofdstad te verwezenlijken.

Uitgekleed

Tegelijkertijd wordt het Nederlands uitgekleed. De Nederlandse Taalunie wordt afgeknepen, het Erasmusinstituut in Jakarta wordt zijn toch al magere subsidie afgenomen, terwijl aan de andere kant miljarden worden besteed aan een vliegtuig dat al achterhaald was voor het op de tekentafel terechtkwam (voor niet ingewijden, de JSF, de Joint Strike Fighter)

In België is eenzelfde stroming aan de gang. Al verschillende malen hebben, vooral, liberalen gepleit voor het invoeren van Engels als derde voertaal in Brussel. Mevrouw Gwendolyn Rutten (naam lijkt op die van onze premier, ook liberaal, die ooit heel trots zei dat hij in het Engels droomde) vindt dat er een grotere plaats voor het Engels in het basisonderwijs moet komen. Zij kreeg daarvoor van de leden van sN-schrijfgroep, die aan de basis staan van de Lof- en de Sofprijs, de Sof van de maand februari. Als argument gebruikte ze dat studenten hun talen niet goed onder de knie hebben. Ze vond niet dat haar voorstel moest worden gezien als een poging tot taalverdringing.

Buiten dat voorstanders van tweetalig onderwijs nooit argumenten kunnen aanvoeren voor hun passie is er nóg een constante in de nieuwe schoolstrijd in Nederland en Vlaanderen: het Nederlands zou niet lijden onder de tweetaligheid. Dat is natuurlijk pertinente nonsens. Vertweetaliging is een stap in het proces van taalverdringing. Nu nog voeden Nederlandse en Vlaamse ouders hun kinderen min of meer gedachteloos in het Nederlands op, maar ik vrees dat er een omkeerpunt aan komt. De Nederlandse journalist Henk Hofland, die de Lofprijs van 2012 kreeg, constateerde in zijn dankwoord dat Nederland een tweetalig land aan het worden is. Dat betekent in feite dat het Nederlands steeds minder vanzelfsprekend wordt in Nederland. Het verdwijnen van het Nederlands aan de Nederlandse universiteiten, sommige Nederlandse nepuniversiteitjes hebben zich al een Engelse naam aangemeten, betekent de intellectuele onthoofding van het Nederlands en het lijkt er op alsof Vlaanderen Nederland op de voet probeert te volgen. Het opmerkelijke vind ik altijd dat de instituten die zich uitgeven voor wetenschappelijk zo weinig wetenschappelijk te werk zijn gegaan bij het omarmen van Engels als universele en enige taal van de wetenschap. Engels moet, is het axioma geworden, dat niet bewezen hoeft te worden. Het Nederlands verkeert in zwaar weer.

Er lijkt de laatste jaren wat meer geprotesteerd te worden tegen de domme verengelsing van het Nederlandse taalgebied, maar de vraag is of dat wat uithaalt. Voorstanders van verengelsing doen of het wisselen van taal iets is als als het verschonen van ondergoed. Dat is een gedachtegang van hersenlozen, die niet in de gaten hebben dat taal een rijk bezit. Er is geen rijkere taal dan je moedertaal, niet omdat het Nederlands beter, mooier en daadkrachtiger is dan andere talen, maar omdat het Nederlands voor de (bewuste) gebruiker een rijk gevulde gereedschapskist is waar je van alle gereedschap nauwkeurig weet wat je er mee kan doen. Het Nederlands is het waard om voor op te komen. Ik hoef de hier aanwezigen waarschijnlijk niet te overtuigen. Nu het klootjesvolk in Brussel en Den Haag nog.

(Tekst uitgesproken bij de uitreiking van de Lofprijs der Nederlandse taal 2015 aan Filip DeVos op 17 mei 2016)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *